Organisatie

Het geslacht Van Weel

(I) Jan Tonisse van der Weele, geboren omstreeks 1655, wellicht te Bommeneede, vlucht in 1682 naar het nabij gelegen Dreischor. Daar voorzag hij in zijn onderhoud onder meer als rietdekker van de overwegend houten huizen. In 1693 verkozen de kerkelijke lidmaten hem tot ouderling, maar voor dat zijn ambtsperiode was verstreken vertrok hij naar Scherpenisse. Daar werd hij op 6 oktober 1693 schoolmeester, koster en voorzanger. In dezelfde functies treffen we hem na 8 januari 1704 aan in de stad Tholen, waar hij in 1710 overleed. Hij was in mei 1688 te Zonnemaire getrouwd met Neeltje Maartensdochter Stoel en na haar overlijden, in 1704 hertrouwd met Maria Hicken. Uit het eerste huwelijk werd geboren:

(II) Anthony van Weel, gedoopt te Dreischor op 6 december 1689, was evenals zijn vader schoolmeester. In de vergadering van 19 januari 1708 benoemde de kerkenraad van Den Bommel hem in deze kerkelijke functie. Later werd hij ook landmeter en cartograaf. Hij overleed te Den Bommel in 1756 en was alhier in 1711 getrouwd met Martijntje Goudswaard, 1692-1742.

(III) Johannes van Weel, geboren/gedoopt te Den Bommel op 12/18 september 1712. Hij volgde alhier zijn vader op als schoolmeester, landmeester en cartograaf, gezworene van de polder Den Bommel 1770-1783 en overleed er 1 februari 1784. Zijn eerste vrouw was Jacomina Tiggelman, 1715-1778. Hij hertrouwde te Den Bommel reeds in 1778 met Neeltje Mosselman, weduwe van Jacob Slis. Uit zijn eerste huwelijk werd geboren:

(IV) Anthony van Weel, geboren/gedoopt te Den Bommel op 15/16 april 1746 en daar overleden op 8 november 1813. Hij werd de derde schoolmeester in successie te Den Bommel en later tevens landmeter, cartograaf en gezworene en penningmeester van de polder Den Bommel 1783-1813, secretaris en schout (later maire) van de toen zelfstandige gemeente Den Bommel, die werd afgesplitst van de ambachtsheerlijkheid Adolphsland. Hij trouwde met Arendje Davidsdochter Mijs, 1745-1811, waaruit een zoon werd geboren, genoemd naar zijn moerderlijke grootvader:

(V) David van Weel, geboren te Den Bommel 11 februari 1773, notaris te Dirksland 1797-1838, ambachtsheer van Sommelsdijk, schout en secretaris van Dirksland, lid Provinciale Staten van Zuid-Holland. Hij overleed te Dirksland op 28 september 1849 en was daar getrouwd op 18 december 1797 met Paulina Maria van der Valk, 1764-1845, dochter van notaris Cornelis van der Valk en Jacomina van Kassel. Hieruit werd geboren:

(VI) Johannes Agathinus van Weel, 1803-1877. Hij werd eveneens notaris te Dirksland, 1838-1876, ambachtsheer van Sommelsdijk en tevens burgemeester van Herkingen en Roxenisse. Hij trouwde te Goedereede 14 juli 1837 Hendrika Neeltje Goekoop, 1809-1864. Uit dit huwelijk drie kinderen:

(VII) a) Mr. David van Weel, geboren te Dirksland op 21 mei 1838, advocaat, wethouder van Rotterdam, lid van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directeur van de Rotterdamsche Bankvereniging, ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, overleden te 's-Gravenhage op14 april 1911.

(VII) b) Mr. Pieter Cornelis Adrianus Matthijs van Weel, geboren te Dirksland op 1 oktober 1839, advocaat en notaris te Dirksland, overleden te Ukkel (Belgiƫ) 19 november 1920.

(VII) c) Paulina Maria van Weel, geboren te Dirksland op 2 december 1842, ambachtsvrouwe van Sommelsdijk, overleden te 's-Gravenhage 25 mei 1928. De erflaatster dankte haar vermogen voornamelijk aan het ongehuwd overlijden van haar beide broers.

NIEUWS
16.04.2013
De heer dr. P. Helmsing, voorzitter van de Stichting Vrienden van Ziekenhuis Dirksland, he... Lees verder
18.03.2013
Meer dan 6.000 bezoekers bezochten Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis tijdens de landelijke ... Lees verder
05.03.2013
Sporten is in ons land erg populair. Maar sporten kan ook leiden tot blessures. Een snelle... Lees verder